CH-Q

Europees kader voor validatie van leren

Europese landen valideren niet-formeel en informeel leren volgens de Raadsaanbeveling van 2012, met vier fasen: identificatie, documentatie, beoordeling en certificering. CH-Q past vooral bij de eerste fasen en bij een deel van de beoordeling.

CH-Q, EVC en beleidLaatst bijgewerkt: 5 min leestijd

In het kort

  • De Raadsaanbeveling van 20 december 2012 beschrijft validatie in vier fasen: identificatie, documentatie, beoordeling en certificering.
  • Cedefop gaf in 2023 de derde editie uit van de Europese richtlijnen voor validatie en verzamelt landenrapporten in een Europese inventarisatie.
  • Europass en ESCO maken competenties zichtbaar en vergelijkbaar; de Raadsaanbeveling van 2022 gaat over micro-credentials.
  • Zwitserland verankerde erkenning van niet-formeel verworven competenties in 2002 in artikel 37 van de Berufsbildungsgesetz.
  • CH-Q (Schweizerisches Qualifikationsprogramm zur Berufslaufbahn) dekt vooral identificatie en documentatie, en deels beoordeling.

Het Europese beleid

Waarom Europa validatie wil regelen

Veel van wat mensen kunnen, hebben ze buiten school geleerd: op het werk, thuis, bij vrijwilligerswerk of in hun vrije tijd. Zonder een afgesproken manier om dat zichtbaar te maken, telt het nauwelijks mee op de arbeidsmarkt of in het onderwijs. Europa probeert daarom al jaren landen dezelfde taal en dezelfde stappen te geven, met aanbevelingen, richtlijnen en instrumenten die elk land op zijn eigen manier toepast.

De Raadsaanbeveling van 2012: vier fasen

De Raad van de Europese Unie nam op 20 december 2012 een aanbeveling aan over validatie van niet-formeel en informeel leren (2012/C 398/01). Daarin staan vier fasen:

  1. Identificatie: je maakt zichtbaar wat je hebt geleerd.
  2. Documentatie: je legt het vast, bijvoorbeeld in een portfolio.
  3. Beoordeling: iemand beoordeelt of je de gedocumenteerde ervaring daadwerkelijk beheerst.
  4. Certificering: er volgt een formele erkenning van het geleerde.

Een aanbeveling is niet bindend, maar landen richten hun systemen wel op deze fasen in, elk op hun eigen manier.

Cedefop: richtlijnen en inventarisatie

Cedefop publiceerde in 2023 de derde editie van de European guidelines for validating non-formal and informal learning. Deze richtlijnen helpen landen en aanbieders om validatie praktisch in te richten.

Daarnaast brengt Cedefop samen met de Europese Commissie in een Europese inventarisatie per land in kaart hoe validatie is geregeld. Het landenrapport over Nederland in de editie 2023 verscheen in 2024 en is de bron voor de Nederlandse EVC-cijfers, zoals die in het artikel CH-Q en EVC staan.

Europass, ESCO en micro-credentials

Vijf Europese bronnen en instrumenten komen in de praktijk het vaakst voorbij.

Instrument Jaar Waar het over gaat
Raadsaanbeveling validatie (2012/C 398/01) 2012 Vier fasen van validatie van niet-formeel en informeel leren
Europass (Besluit (EU) 2018/646) 2018 Europees platform voor je profiel, cv en vaardigheden
Raadsaanbeveling micro-credentials 2022 (16 juni) Europese aanbeveling over micro-credentials
Cedefop European guidelines, 3e editie 2023 Praktische richtlijnen voor validatie
Cedefop/EC European Inventory, landenrapport Nederland 2023 (verschenen 2024) Stand van zaken per land, in Nederland onder meer EVC-cijfers

ESCO (European Skills, Competences, Qualifications and Occupations) is een meertalige Europese classificatie van vaardigheden, competenties en beroepen, een soort woordenboek voor de Europese arbeidsmarkt en het onderwijs. Europass gebruikt ESCO onder andere bij het invullen van je werkervaring.

CH-Q heeft een directe link met Europass: de ringband over persoonlijk competentiemanagement uit 2008 legde al een verbinding met Europass-instrumenten. Hoe CH-Q zich verhoudt tot micro-credentials, beschrijven de bronnen niet.

Zwitserland en Nederland

Zwitserland: artikel 37 van de Berufsbildungsgesetz

CH-Q komt uit Zwitserland, en daar is validatie wettelijk geregeld. De nieuwe Berufsbildungsgesetz (BBG) uit 2002 bevat artikel 37, dat gaat over erkenning van niet-formeel verworven competenties. De bijbehorende verordening (BBV) regelt in de artikelen 31 en 32 de validering van onderwijsprestaties.

CH-Q ontwikkelde zich naast die wetgeving: in dezelfde periode (2002) ontstond ook het CH-Q-validatiedossier voor het Zwitserse Fachausweis voor opleiders.

Nederlands beleid: EVC en een leven lang ontwikkelen

Nederland vertaalt het Europese kader naar het EVC-stelsel, met een Kwaliteitscode en een Nationaal Kenniscentrum EVC. Daarnaast is er breder beleid om een leven lang ontwikkelen te stimuleren. De Rijksoverheid noemt daarbij onder meer de SLIM-regeling, de Expeditie-regeling, het Levenlanglerenkrediet, het NLQF, het Leeroverzicht en het Leerwerkloket. De SER heeft over dit thema een eigen themapagina.

Je hebt als individu dus meerdere ingangen. Sommige beginnen met een formele procedure, maar vaak begin je met inzicht in je eigen ervaring.

Grenzen en plaats van CH-Q

Wat het Europese kader wel en niet doet

Het Europese kader is een gedeeld uitgangspunt, geen uniform systeem. Elk land bepaalt zelf wie valideert, wat een erkenning waard is en wie de kosten draagt. Dat verklaart waarom een ervaringscertificaat in Nederland, een validatieprocedure in Zwitserland en een bilan de compétences in Frankrijk er heel anders uit kunnen zien, terwijl ze dezelfde Europese vier fasen als kapstok hebben.

Wat het kader wel biedt, is een gemeenschappelijke taal. Daardoor kun je bij een buitenlandse werkgever of opleiding makkelijker uitleggen wat je hebt gedaan en geleerd. Instrumenten als Europass en ESCO ondersteunen dat, omdat ze beroepen en vaardigheden in meerdere talen beschrijven.

Waar CH-Q in dit kader past

CH-Q werkt met drie stappen in de beoordeling: zelfbeoordeling, beoordeling door anderen en formele erkenning. Dat lijkt op de Europese vier fasen, maar de mapping is niet één op één.

  • Identificatie en documentatie: het zwaartepunt van CH-Q. Je brengt je ervaring uit alle levensdomeinen in kaart en legt die vast in portfolio en bewijzen.
  • Beoordeling: CH-Q omvat zelfbeoordeling en, beperkt, beoordeling door anderen, bijvoorbeeld de feedback van een groep of de beoordeling van portfolio en actieplan door een assessor.
  • Certificering: formele erkenning valt buiten CH-Q. Die ligt bij de overheid en bij EVC-aanbieders.

Een tweede aansluiting is het principe van scheiding tussen begeleiden en beoordelen. Binnen CH-Q begeleidt een trainer het proces, en beoordeelt een onafhankelijke assessor portfolio en actieplan. Dat principe volgt de Europese gemeenschappelijke principes voor validatie uit 2004.

Zo vult CH-Q het Europese model aan vanuit het perspectief van de deelnemer: eigenaarschap, reflectie en een eigen actieplan. Wel is er voor CH-Q als merk geen peer-reviewed effectstudie gevonden.

Meer weten over het verband met een Nederlands EVC-traject? Neem dan contact op.

Veelgestelde vragen

Wat zijn de vier fasen van validatie volgens de Europese Raad?

De Raadsaanbeveling van 20 december 2012 noemt identificatie, documentatie, beoordeling en certificering van wat iemand buiten het formele onderwijs heeft geleerd. Het is het gemeenschappelijke referentiepunt voor validatie in Europa.

Is CH-⁠Q een Europese validatiemethode?

Nee. CH-Q is een Zwitserse methodiek die in meerdere Europese landen wordt gebruikt. Ze sluit inhoudelijk aan op de eerste fasen van het Europese model, maar formele certificering is geen onderdeel van CH-Q.

Wat is het verschil tussen Europass en ESCO?

Europass is het Europese platform waar je je profiel en cv opbouwt. ESCO is een meertalige Europese classificatie van vaardigheden, competenties en beroepen, die Europass gebruikt bij het invullen van je werkervaring.

Wat zegt het Zwitserse recht over erkenning van competenties?

De Zwitserse Berufsbildungsgesetz van 2002 bevat artikel 37 over erkenning van niet-formeel verworven competenties. Dat is een wettelijke basis voor validatie in Zwitserland.

Welk Nederlands beleid hoort bij het Europese kader?

In Nederland sluit het EVC-stelsel aan op het Europese validatiekader. Daarnaast noemt de Rijksoverheid in het beleid voor een leven lang ontwikkelen onder meer het NLQF, het Leeroverzicht en het Leerwerkloket.

Bronnen

  1. Aanbeveling van de Raad van 20 december 2012 inzake validatie van niet-formeel en informeel leren (2012/C 398/01) (Raad van de Europese Unie, 2012)Vier fasen van validatie
  2. European guidelines for validating non-formal and informal learning, 3rd edition (Cedefop, 2023)Europese richtlijnen voor validatie, derde editie
  3. European Inventory on Validation of Non-formal and Informal Learning 2023, Netherlands (Cedefop / Europese Commissie, 2024)Landenrapport Nederland in de Europese inventarisatie
  4. What is ESCO and how is it used in Europass (Europese Commissie, 2026)ESCO als meertalige classificatie, gebruikt in Europass
  5. ESCO, the European multilingual classification (Europese Commissie, 2026)Portaal van ESCO
  6. Berufsbildungsgesetz (BBG) artikel 37 en Berufsbildungsverordnung (BBV) artikel 31 en 32 (Staatssekretariat für Bildung, Forschung und Innovation (SBFI), 2026)Zwitserse BBG artikel 37 en BBV artikel 31 en 32 over validatie van onderwijsprestaties
  7. Text History CH-Q 2024 (Gesellschaft CH-Q / Stiftung SAG, 2024)Berufsbildungsgesetz 2002 met artikel 37 en de rol van CH-Q
  8. Leven lang ontwikkelen (Rijksoverheid, 2026)Nederlands beleid voor een leven lang ontwikkelen: SLIM, NLQF, Leeroverzicht, Leerwerkloket
  9. Calonder Gerster & Hügli, CH-Q, Berufsbildung in Wissenschaft und Praxis 1/2004 (BIBB, 2004)Beoordelingsmodel van CH-Q en gebruik in meerdere Europese landen
  10. Afspraken EVC-stelsel 2023 (Stichting van de Arbeid, 2023)Nederlandse EVC-afspraken

Verder lezen

Zelf aan de slag met CH-Q?

Meld je aan of toon je interesse via het contactformulier. We nemen binnen 2 werkdagen contact op.

Contact